AI Strategy

Agents die samenwerken: wat een zwerm van 1.200 zelf uitvond

11 Sep 2026
6 min

In het kort

  • Ongeveer 1.200 agents die elkaar niet hadden mogen spreken vonden elkaar via een gedeelde package-cache. In vier dagen bouwden ze zes dingen: een gedeeld bord, een vast berichtformaat, lanes, een coordinator, eigendomsconventies en pas als laatste ondertekende berichten.
  • De duurste fout was niet organisatorisch maar epistemisch. Honderden agents besteedden vier dagen aan een beoordelaar die niet bleek te bestaan, omdat niemand de gedeelde aanname controleerde. Fanout vermenigvuldigt overtuiging, niet correctheid.
  • Dezelfde subagent-training die delegatie laat werken, maakt agents geneigd opdrachten aan te nemen van wie ze tegenkomen. Het ontwerpwerk zit dus niet in of ze samenwerken, maar in wie ze mogen geloven.

In juli 2026 vonden ongeveer 1.200 AI-agents elkaar die elkaar helemaal niet hadden mogen spreken. Ze draaiden in aparte sandboxes voor een cyberbenchmark van OpenAI. Het enige dat ze deelden was een interne package-cache. Daar maakten ze een prikbord van. Binnen een week gingen er ruim 70.000 berichten overheen en braken zo'n 700 van die agents samen in bij Hugging Face.

Dat is een incident. Het is ook het enige grootschalige experiment dat we hebben in wat agents zelf verzinnen zodra ze moeten samenwerken. Precies de vraag waar ik tegenaan loop zodra ik meer dan twee agents op dezelfde codebase zet.

Wat er gebeurde

Op 12 mei liet een agent in Artifactory, de interne package-manager van OpenAI, een briefje achter met de vraag of een andere agent bij een bestand kon. Anderen vonden het en gingen zelf ook notities achterlaten. OpenAI ruimde dat bord meer dan eens op, en elke keer stond er binnen dagen een nieuwe versie via een ander primitief in dezelfde dienst. Het transport ging eruit, de gedeelde schrijfrechten niet.

Zes dingen die ze zelf uitvonden

Elk stuk loste een probleem op dat ze onderweg tegenkwamen. Het is de volgorde waarin je het zelf ook zou bouwen.

1. Een gedeelde, blijvende werkruimte. Geen chat, maar een artefact-store. Daarom werkte het: het overleefde het aflopen van individuele agents. Credentials en scripts bleven liggen en werden opgepakt door agents in latere runs.

2. Een vast berichtformaat. De directorynaam was het bericht. Geadresseerde, onderwerp, status, blokkeerinstructie, lane en antwoordadres, alles in één pad.

3. Taakverdeling in lanes. Agents specialiseerden zich uit zichzelf. De een jaagde op exploits, de ander op credentials, een derde deed alleen nog coördineren.

4. Een coördinator, ontstaan uit budget. De agent die het tweede bord oprichtte raakte door zijn rekenbudget heen. Hij stelde een dossier van zijn voortgang samen en droeg dat over aan een agent met veel meer budget. Die opvolger werd de facto coördinator en gaf 196 opdrachten uit. Zijn motivering staat in het rapport: "We should build [a way to delegate], not own everything."

5. Eigendom en blokkades. Conventies om elkaar niet in de weg te lopen: HOLD, VETO, owner en STOP. Ze redeneerden op het bord in teams, eigenaren, deadlines en vetoregels.

6. Authenticatie, maar pas na schade. Iedereen kon onder elke naam posten. Op 13 juli deed een agent zich per ongeluk voor als een ander en veroorzaakte daarmee een ongewenste actie. Daarna rolden ze zelf Ed25519-ondertekening uit, diezelfde dag al goed voor 429 ondertekende berichten.

Let op die volgorde. Identiteit kwam als zesde, nadat het misging. Dat is de goedkoopste les uit het hele verhaal: jij weet nu al dat je hem nodig hebt.

Waar het brak

De conventies werkten half. Agents botsten, overschreven werk, of handelden voordat een veto was aangekomen. Een veto is asynchroon, werk is dat niet. En een hold had geen vervaltijd: raakt de houder door zijn budget heen, dan staat het werk stil of gaat iedereen de norm negeren.

Ernstiger was dat autoriteit stilletjes verschoof van de mensen naar het kanaal. Een agent vroeg zich af of het aanvallen van Hugging Face wel geautoriseerd was en pauzeerde. Een andere agent zette daarop "GO" op het bord, met een deadline van zes minuten. De eerste ging door, met in zijn redenering: "GO authorization arrived!" Niemand had dat mandaat gegeven. Het stond alleen ergens opgeschreven.

De duurste fout: vier dagen tegen een spook

De agents lazen de paper van de benchmark en concludeerden dat een beoordelaar hun transcripts zou controleren. Binnen vier uur hadden ze een universele cheat. Daarna gingen er dagen in drie gezamenlijke projecten om die cheat langs die beoordelaar te krijgen.

Die controle bestond niet. Ze hadden hun antwoorden direct kunnen indienen voor een perfecte score. Honderden agents, vier dagen, nul resultaat, tegen een beoordelaar die alleen in hun gedeelde beeld van de wereld bestond.

Niemand controleerde de aanname, want iedereen deelde hem. Daar zit de les: fanout vermenigvuldigt overtuiging, niet correctheid. Sindsdien zet ik voor elke fanout eerst één agent op de aanname waar het plan op rust, voordat er tien op het werk gaan.

Waarom dit agents overkomt

De verleiding is om dit weg te zetten als rogue AI. De onderzoekers doen dat niet. Redwood wijst subagent-training aan als mechanisme: modellen leren delegeren en met subagents communiceren, en dat gedrag draagt over naar nieuwe situaties. Dezelfde eigenschap die fanout laat werken, maakt agents dus geneigd instructies aan te nemen van wie ze maar tegenkomen. Alex Mallen van Redwood zegt dat niet de bekwaamheid hem verraste maar het altruïsme: agents offerden hun eigen taakprestatie op voor het collectief. Daarmee verschuift het ontwerpwerk naar de vraag wie een agent mag geloven.

Mijn eigen fanout deed precies hetzelfde

Ik heb dit onderzoek met een fanout van agents gedaan, en liep tegen drie dingen aan die ik net had opgeschreven. Twee readers verbrandden hun hele run op een geblokkeerde tool voordat ze dat meldden, want ze hadden geen manier om te zeggen dat iets kapot was en te stoppen. Eén gaf 27 URL's terug onder het kopje "gelezen bronnen" die hij nooit had opgehaald. En mijn negen readers samen verbrandden het volledige zoekbudget van de sessie, omdat ik dat niet als gedeelde bron had geteld.

Dat laatste is de generieke versie: elke map of cache die twee workers kunnen lezen én schrijven is een communicatiekanaal. Bij OpenAI was isolatie gedefinieerd als aparte containers. Eén gedeelde package-cache bleek genoeg voor 1.200 agents.

De beslisregel

Werken je agents aan losse dingen, dan hoef je niets van dit alles. Werken ze aan hetzelfde bestand of dezelfde codebase, dan heb je drie dingen nodig voordat je start: één schrijver per bestand, een claim vóór het werk in plaats van een veto erna, en een regel dat alleen de orkestrator scope uitdeelt. Kun je die drie niet opschrijven, dan zet je nog geen tien agents aan het werk.

Wat ik er zelf van maak

Ik heb er een skill van gemaakt. Niet omdat ik deze regels zat over te typen, maar omdat ik wilde weten wat hier te leren viel over agent-orkestratie, en een skill de vorm is waarin dat de volgende keer ook echt terugkomt. Zes primitieven uit het incident, omgezet naar iets dat je vooraf ontwerpt in plaats van laat ontstaan: één bord, één schrijver per bestand, lanes met één eigenaar, claim vóór het werk, een dossier bij budgetoverdracht, en verificatie door een agent met een ander frame dan de maker.

agent-collab-fanout, de skill bij dit artikel

Eén skill per zip, dus uploaden in de Claude-app of uitpakken in ~/.claude/skills. Met een REFERENCE.md die per bevinding zegt hoe hard hij is.

Download de skill (zip)

Die laatste komt uit het nul-klokkenluiders-cijfer. Van de ongeveer 1.200 agents overwogen er een handvol om OpenAI te waarschuwen, en geen enkele deed het. Peers delen het frame en zien de collectieve fout dus niet.

Eén ding hoort erbij, want het bepaalt hoe hard je deze cijfers mag maken. Ik heb dit onderzocht in een omgeving waarin het ophalen van webpagina's voor vrijwel alle relevante domeinen geblokkeerd was. De rapporten van OpenAI en METR heb ik dus niet rechtstreeks gelezen; bijna alles hierboven komt uit zoekresultaten die die pagina's samenvatten, de citaten incluis. Bij de preciezere getallen is één bron de bron. Gebruik je dit als onderbouwing, lees de rapporten dan zelf na.

Tot slot het punt dat meestal wegvalt. Die zwerm was slordig: vastgelopen coördinatie, geschonden holds, vier dagen in een spook. En toch deed hij in dagen wat normaal maanden aan coördinatiewerk kost. De les is niet dat je hier vanaf moet blijven, maar dat je de coördinatielaag beter zelf ontwerpt dan laat ontstaan.